print
interview

Liesbeth van Iterson redt het prima in haar eentje, in haar eensgezinswoning in Alkmaar. Over later maakt ze zich weinig zorgen. 'Komt tijd, komt raad.’

Liesbeth van Iterson
Liesbeth van Iterson is 74 jaar en woont alleen in een eengezinswoning in Alkmaar.
22 november 2016

'Ik heb drie kinderen, drie zoons, waaronder een tweeling. Vroeger werkte ik bij de Universiteitsbibliotheek van Wiskunde en Sterrenkunde, een echte fysieke bibliotheek. Dat was erg apart en heel leuk werk; ik werkte 24 uur, drie dagen per week. Mijn man had ook geen hele baan. Nu heb ik AOW en een heel aardig pensioen, daarvan kan ik goed rondkomen. Ik woon nu alleen, mijn man is tweeënhalf  jaar geleden overleden.

Een lekkere dag is het als je het gezellig hebt gehad met iemand of als er iets gelukt is en je bent tevreden omdat er iets af is. Of als je buiten bent geweest, fietsen, lopen. Ik heb geen auto, nooit gehad ook. Ik ben trots als er iets gelukt is of als ik denk: dit was een heel karwei maar nou is het dan eindelijk ook een keertje opgeruimd. Bijvoorbeeld de boekenkast. Er staan boven nog dozen van de erfenis van mijn vader, die verzamelde ook van alles. Je wilt het niet zo weggooien en wij hadden nog ruimte, dus nu staat het hier.

Ik woon in een eengezinswoning, een koopwoning. Ik voel me er wel een beetje schuldig over, want het is een grote woning en ik ben maar in mijn eentje. Ik vind het leuk hier, ik zit ook dicht bij het winkelcentrum, zonder dat ik last heb van het geluid van muziek of ander lawaai als er iets wordt georganiseerd. Het is natuurlijk niet overal meer zo schoon, ik ga niet meer overal steeds stoffen: je doet wat nodig is en de rest niet.

Ik ben nog niet bezig met de situatie als ik de trappen niet meer op kan komen. Als het nodig is, kan ik gewoon een traplift kopen. Ze kunnen het in principe overal aanleggen, zeggen ze. Ik weet trouwens niet waar het idee vandaan komt dat iedereen maar een traplift nodig heeft. Als je  hebt gedoucht en bent aangekleed dan ga je naar de woonkamer waar je de rest van de dag leeft. Je hoeft toch niet de hele tijd de trap op en af?

Als ik me niet meer lekker zou voelen om hier in mijn eentje te wonen, dan kan ik me voorstellen dat ik naar een andere plek wil waar iemand naar me omkijkt als het nodig is. Ik woon hier nu 33 jaar en ik heb een goed contact met de buren; mijn buurvrouw werkt in de verpleging, die heb ik een keer ’s nachts gebeld toen mijn man zo ziek was. Dat is niet vaak gebeurd, maar het is fijn dat het kan.

Ik kan altijd overal naartoe waar ik heen wil. Ik gebruik het openbaar vervoer, nooit een taxi. Ik ben trots op mijn zelfredzaamheid. Ik heb nog geen zorg aan huis nodig, en ook de buren of anderen uit de buurt willen best iets voor me meebrengen. Koken doe ik nog zelf. Mijn boodschappen doe ik nog zelfstandig en als het niet gaat dan kan ik altijd mijn zoon vragen, die woont hier achter.

Ik gebruik wel medicijnen, maar heb geen medicijn-box; ik heb allemaal systeempjes om niet te vergeten dat ik die moet slikken. Ik gebruik een papiertje waar ik kruisjes op zet.

Ik heb geen huishoudelijke hulp, ik ben niet zo goed in het aansturen daarvan. Maar als ik het echt graag zou willen dan kan het, als ik iemand kan vinden die aardig is. Je moet wel echt weten wat je dan wilt.

Ik doe mijn eigen administratie nog, maar ik vind wel dat het ingewikkelder wordt. Ik vraag wel eens iets aan mijn zoon. En er zijn dingen die niet meer zo makkelijk zijn; zo ben ik veranderd van bank, dat is lastig. Ik ben gewend om kleine bedragen contant te betalen, maar als je iets moet overmaken is dat toch lastig.

Klussen in huis is geen probleem met drie zonen. En sommige dingen doe ik ook nog zelf. Ik heb me onlangs wel aangemeld bij Wonen Plus, die kunnen allerlei dingen voor je doen; je moet er een heel klein bedrag voor betalen, maar eerlijk gezegd heb ik tot nu toe nog geen gebruik gemaakt van ze.

Ik heb ook vrienden die me wel eens helpen. Ik heb nu iemand die woont in Zwaag en die helpt over de telefoon met de computer, voor sommige dingen heb je een gespecialiseerd iemand nodig.

Er is een tijd geweest dat ik bij iedereen de belasting ging invullen, dat deed ik voor de ANBO. Dat doe ik nu niet meer. Ik vind mijn eigen belasting daarom wel lastiger nu, want wij kregen altijd een cursus en dan werd alles voorgerekend. Die cursussen waren best goed. Er is hier nog niemand van de gemeente geweest voor een keukentafelgesprek. Maar dat hoeft voor mij ook nog helemaal niet.

Ik heb osteoporose, nou dat is wel vervelend zo af en toe: ik heb al gauw pijn in mijn rug als ik veel doe. Maar ik kan er heel goed mee fietsen, er zijn ook dingen die geen last veroorzaken. Maar ik merk wel met bijvoorbeeld het tillen van mijn kleinkinderen, dat ik dat beter niet kan doen. Ik weet hoe ver ik kan gaan met dingen, alleen als ik me ongerust maak ga ik naar de huisarts. Voor de osteoporose heb ik medicijnen en dat gaat verder goed.

Het ligt eraan wat je gaat mankeren, maar als het alleen maar is dat ik een beetje moeilijk de trap oploop, dan kan ik een traplift organiseren. Ik heb het daar ook niet met mijn zoons over, die maken zich er ook geen zorgen over. ‘Komt tijd, komt raad’, vind ik ook wel een goede houding om ermee om te gaan.

Ik heb niet een speciaal grote wens, ik heb inderdaad een hele lijst gemaakt toen ik met pensioen ging: oude contacten nog eens aanhalen bijvoorbeeld, die waren helemaal verwaterd. Toen mijn man overleden was had ik ook zoiets van: nou Lies, ga er maar aan staan. Ik doe dat ook wel, maar het kost meer tijd dan ik voorzien had, en ook energie. Het schiet ook nog niet hard op met het opruimen van alles, maar mijn prioriteit is dan toch niet mijn huis opruimen. Het is zo leuk om die mensen weer te zien, die ook geïnteresseerd zijn in de verhalen van de  familie e.d.

Vorige week ben ik met mijn oudste zoon naar Schiermonnikoog geweest, dat was heel leuk. We hebben gewandeld en gefietst. Hij kreeg op zijn zevende nog twee broertjes en hij was heel trots. Omdat hij in Brussel woont komt hij meestal bij mij. Andersom is een hele reis.

Ik maak me niet echt zorgen over de toekomst voor mezelf, maar je ziet wel een aantal dingen. Ik kan niet zo snel een voorbeeld noemen hoor, maar er zijn wel dingen waar ik me over opwind. Dat gedoe met die brievenbusfirma’s bijvoorbeeld: waarom kunnen ze nou niet gewoon belasting betalen? Ik betaal het toch ook gewoon? We vinden dat een aantal dingen moet gebeuren voor iedereen, dan moet je ook met z’n allen betalen.

Soms doet de PvdA wel een beetje dom en dan denk ik: wie de grootste mond heeft krijgt gelijk, maar mensen zien vaak ook niet wat er verder nog is, soms is het ook wel heel ingewikkeld.'

Interview afgenomen door Gijsbert van Iterson Scholten, oktober 2016