print
interview

Ursula de Voogd en haar gezin namen ruim drie jaar geleden haar moeder in huis. Dat gaat best goed. 'Maar ik weet wel, dat ik niet de lichamelijke verzorging van mijn moeder ga doen. Daar zal ik echt hulp voor inschakelen.'

Ursula de Voogd
Ursula de Voogd (52) is raadslid voor de PvdA in Leeuwarderadeel.
25 oktober 2016

‘Ik woon met echtgenoot en jongste dochter in Britsum (Friesland). Onze oudste dochter is getrouwd en woont in Drachten. Ik ben geboren in Zeeland, waar mijn moeder tot 3,5 jaar geleden heeft gewoond. Omdat de afstand tussen Friesland en Zeeland best ver is en ik mij zorgen maakte over mijn moeder, was die afstand best wel een ding. Dat is de reden waarom mijn moeder 3,5 jaar geleden bij ons is komen wonen. Wij hebben daarvoor ons huis verbouwd en uitgebouwd. Ook om het voor ons makkelijker te maken. Wij wonen ondertussen 23 jaar met heel veel plezier in Friesland. Onze kinderen zijn hier opgegroeid. We hebben eigenlijk echt zo’n drie-generatie-huis.

Voor ik buitenshuis ging werken en studeren, was ik gastouder van de kinderen van mijn vriendinnen. Ik heb hun kinderen opgevangen. Eigenlijk was dat toen al een soort van mantelzorg: alleen heette het gastouder. Het zit in mijn  aard om te zorgen voor mensen.

Mijn moeder heeft ervoor gekozen om, toen de mogelijkheid er was, bij ons te komen wonen. Onze aanbouw was al aangebracht door de vorige bewoners. Ons idee was dat mijn moeder daar in de toekomst, áls ze echt zorg nodig had, hier zou kunnen komen wonen. Maar door omstandigheden, vooral op sociaal gebied, is mijn moeder hier wat eerder gekomen. Ik noem het altijd: op sociale indicatie. Niet zozeer voor lichamelijke zorg, maar meer voor geestelijke. Ze vond alleen zijn niet fijn. Ze kon niet goed alleen zijn. Dat is een van de belangrijkste redenen, waarom ze hier is gekomen. We hadden al een badkamer beneden. Ze heeft hier een slaapkamer en een woon-werkkamer. Daar woont mijn moeder, maar ze eet bij ons en ze is natuurlijk voor de gezelligheid ook wel bij ons. Maar ze heeft haar eigen plek en daar is ze vrij regelmatig te vinden.

Ik werk gemiddeld 24 uur per week buitenshuis. Enige vrijheid in het kiezen van mijn rooster heb ik niet. Wij moeten beschikbaarheid opgeven en in die beschikbaarheid wordt het werkrooster gemaakt. Als ik echt iets moet regelen, moet ik gewoon vrij nemen. Of mijn beschikbaarheid aanpassen.

Op dit moment heeft mijn moeder vooral ondersteuning nodig in het organiseren van een aantal dingen. Ze heeft vervoer nodig, maar ook dingen op sociaal niveau: de gezelligheid die wij met elkaar hebben. Daarom is ze ook bij ons.

Mantelzorg

Ik vind het moeilijk aan te geven hoeveel tijd ik aan mantelzorg besteed. Het gaat zo tussen de bedrijven door. Elke dag wel even, omdat ze hier woont. Dit is niet in uren uit te drukken. Omdat mijn moeder bij ons woont, deel ik de mantelzorg natuurlijk met mijn echtgenoot en onze nog thuis wonende dochter. En ook wel met de omgeving. Als er iets moet gebeuren en wij zijn aan het werk, dan helpen de buren ook. Op dit moment heeft mijn moeder nog geen zorg nodig. Wanneer die tijd wel komt, dan zouden we daar wel hulp voor vragen. Maar op dit moment is dat niet nodig.

Van mijn werkgever zou het soms handig zijn als er wat soepeler met deze mantelzorg kan worden omgegaan. Gelukkig heeft mijn echtgenoot een werkgever die makkelijker is. Hij kan makkelijker wel eens vrij krijgen voor zorgverlof, indien nodig.

Mijn omgeving ondersteunt mij ook best goed, en mijn familie ook. Af en toe respijtzorg, dat is nog niet echt nodig, maar soms is het wel zo dat het wel eens even lekker is om even iets anders te hebben; dat mijn moeder even weg is, of dat wij weg zijn, en dat het wel goed loopt allemaal.

Als het echt hier niet meer kan, zal ze toch opgenomen moeten worden. Maar de reden waarom ze hier woont, is dat dat niet nodig zou moeten zijn. Want de tussen stap, om eerst nog weer, nadat ze uit haar huis is gegaan ergens anders te gaan wonen, misschien hier in de buurt, of toch nog in Zeeland, dan wordt het veel lastiger... Dus eigenlijk is dit al een stap om de zorginstelling uit te sluiten.'

Wat geeft je voldoening bij het verlenen van mantelzorg?

'Nou in ieder geval Is het voor mijn moeder fijn dat ze hier kan wonen. Dat laat ze ook merken. Dat ze de gezelligheid van ons heeft, dat ze samen met ons kan eten. Dat ze elke dag, in ieder geval even met iemand kan praten. En dat zij dat zo fijn vindt, dat geeft ons ook voldoening.'

Waar ben je trots op?

'Dat wij dit kunnen doen, dat we dit met elkaar kunnen doen. Het is niet een beslissing van mij alleen, omdat het mijn moeder is, maar van ons gezin. We hebben dit overlegd, en ik ben er wel trots op dat we dit met elkaar doen.'

Als je raad of hulp nodig hebt met betrekking tot de mantelzorg, tot wie wend je je dan?

'Op dit moment nog bij de huisarts, de assistent of de praktijkondersteuner. Maar mocht er meer nodig zijn, dan weet ik wel waar ik moet zijn, bij het gebiedsteam in de zorg. Daar weet ik mijn weg wel in te vinden.'

Zijn er zaken waar je je zorgen over maakt voor de toekomst?

'Zorgen niet zo. Maar ik weet wel, dat ik niet de lichamelijke verzorging van mijn moeder ga doen. Daar zal ik echt hulp voor inschakelen. Dat ga ik niet helemaal zelf doen. Want ik vind ook dat ze daarin een stukje recht heeft op privacy. Het is soms met een vreemde makkelijker dan met een bekende. Dus echt lichamelijke verzorging, dat hebben we ook afgesproken, ga ik niet doen.'

Als er iets was wat je kon veranderen in Nederland met betrekking tot zorg voor ouderen, wat zou dat dan zijn?

'Ik denk dat het mooi zou zijn als er in Nederland huizen gebouwd zouden worden waar het inwonen makkelijker is. Want het is nu altijd een beetje behelpen. En als je dan bijvoorbeeld ziet, de huizen in Duitsland, met die verschillende verdiepingen, dat zouden ideale huizen zijn, dan heeft iedereen z’n privacy, je bent toch dicht bij elkaar, en je kunt de hulp veel makkelijker geven. Dat zou de ideale oplossing zijn. Dat is nu gewoon echt lastig voor heel veel mensen. Ouders in huis te nemen is toch vaak ruimtegebrek. Het zou echt heel mooi zijn als dat kan veranderen. ‘

Interview afgenomen op 13 september 2016 door Toke Bijsterbosch en Gerda Bakhuis
Foto: Toke Bijsterbosch en Gerda Bakhuis