print
interview

'We hopen dat we bij elkaar kunnen blijven wonen, ook als het thuis niet meer gaat.' Meneer en mevrouw Van Lanen zijn al bijna vijftig jaar getrouwd. Fysiek hebben ze het niet makkelijk, maar wilskracht en liefde maken het leven mooi. 

Gerrit van Lanen en Betsie van Lanen
Sinds 1969 getrouwd, woonachtig in Uden
13 september 2016

Betsie van Lanen: 'Ik ben geboren in 1945. Na de lagere school en het VGLO wilde ik graag in het ziekenhuis gaan werken. Maar omdat ik nog te jong was, ben ik - aanvankelijk tegen mijn zin – in de bejaardenzorg gaan werken. Daar heb ik ook mijn diploma’s gehaald. Uiteindelijk heb ik er tot aan mijn huwelijk gewerkt en heb ik het er heel goed naar mijn zin gehad.

Nadat ik een aantal jaren voor de kinderen had gezorgd vroegen ze in 1987 vanuit het bejaardenhuis hier in Uden of ik wilde komen werken. Maar toen kreeg Gerrit een hersenbloeding. Vanaf toen heb ik voor Gerrit gezorgd. Ondanks alle moeilijkheden waren we samen toch gelukkig. En dat zijn we nog.'

Gerrit van Lanen: 'Ik ben van 1946. Ik heb eigenlijk altijd gedokterd met mijn hoofd en mijn rug. Na de lagere school wilde ik de tuinbouw in. Maar ik kon op school niet bij blijven en mijn vader droeg me op om te gaan werken bij de smid, want “dat waren goei mensen”. Maar de tuinbouw bleef trekken. Uiteindelijk ben ik dan ook overgestapt. Ik heb in de tuin gewerkt van het bejaardenhuis hier in Uden. Omdat ik op een gegeven moment geen “krom-werk” meer mocht doen, heb ik later ook nog een tijdje in de fabriek gewerkt. Ook heb ik nog een tijdje bij de WSW gewerkt.

Een jaar nadat we getrouwd zijn, lag ik al 5 weken in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen, want mijn bloed was niet helemaal goed. Mijn rug ging steeds met beetjes achteruit. Ik kwam in het gips terecht. Uiteindelijk kreeg ik in 1987 een hersenbloeding. Ik moest naar het ziekenhuis in Tilburg. Na de operatie heb ik daar epilepsie van over gehouden. Zodoende ben ik in de loop van de tijd ook nog naar Kempenhagen geweest. In 2000 kreeg ik opnieuw een herseninfarct.

Mensen zeggen wel dat het zo geweldig is dat we nog steeds zo tevreden zijn met het leven. Ik weet niet of je dat zo moet zien. Ge staat voor je gezin. De kinderen zijn nooit iets te kort gekomen. Onze zoon Patrick heeft de LTS gehaald, en die werkt nou voor zichzelf. Ronald heeft de laboratoriumschool gevolgd, en is vervolgens naar de bosbouw universiteit gegaan. We hebben het samen geklaard. We hebben kleinkinderen waar het ook allemaal goed mee gaat. Dat alles bij elkaar is wel het grootste geluk dat je kunt hebben.

Afgelopen jaar heeft mijn vrouw hartproblemen gehad. Elke keer als er iets wegvalt, is dat wel moeilijk, maar dan pak je er weer iets anders moois voor in de plaats. Dat wil echter niet zeggen dat we altijd optimistisch zijn. Wij hebben ook slechte dagen. En dan voelen we ons gewoon klote.'

Betsie van Lanen: 'Gelukkig is Gerrits karakter door alle aanvallen en hersenproblemen niet veranderd.'

Trots

Gerrit van Lanen​'Als de zon schijnt maken we samen een rondje Uden. Ik in de elektrische rolstoel en Betsie met de fiets. En als er iets gebeurt kan Betsie op een afstand de rolstoel helemaal stil zetten. Ja ik sta 24 uur per dag onder curatele. En daarom gaat het ook zo goed.

Wij doen zo maar gewoon verder. We kunnen niet meer doen dan we doen. En helemaal goed is het natuurlijk nooit. We proberen van het leven te maken wat we kunnen, en daarvan te genieten. En natuurlijk zijn we trots. Trots op wat we gedaan hebben. Trots hoe bij elkaar zijn gekomen en met elkaar leven. Trots op de kinderen, schoondochters en kleinkinderen.

De kinderen zijn ook trots op ons. En dat krijgen we regelmatig te horen. Ook toen ik in het ziekenhuis lag. Toen heb ik meerdere malen gezegd: “Jongens denk aan jullie toekomst, want met jullie papa komt het wel goed.” En daar zijn ze nog blij mee.'

Wonen

Gerrit van Lanen. 'Wij zijn in 1969 direct met ons trouwen hier gaan wonen. In 1989 is het huis aangepast vanwege de fysieke problemen die ik had. Als Betsie goed blijft kunnen we hier samen blijven wonen. Als haar iets overkomt zijn we aangewezen op St. Jan.

Ik heb wel eens gedacht dat we al eerder naar het verzorgingshuis zouden moeten gaan. Maar mijn vrouw wil daar nog niet echt aan, want ze denkt dat ze dan helemaal gek wordt. En ik wil geen gekke vrouw, dat snap je wel. Nou maar hopen dat we niet te laat zijn en dat we gewoon bij elkaar kunnen blijven wonen.

Twee keer per week komt er 2 uur huishoudelijke hulp, omdat Betsie niet alles meer kan.' 

Betsie van Lanen; 'En de thuiszorg komt dagelijks twee keer voor Gerrit zorgen. Om de twee weken komt de fysiotherapeut om de spieren en gewrichten van Gerrit los te maken. Daarnaast gaat Gerrit twee keer per week naar de dagopvang. Dan ga ik mijn boodschappen doen en vrienden en vriendinnen bezoeken.'

Gerrit van Lanen: 'Daarnaast maken we gebruik van de regio-taxi. Eerst regelde de gemeente dat allemaal, maar tegenwoordig moeten we per zone bijbetalen. Maar die bedragen zijn beperkt.'

Betsie van Lanen: 'Bovendien houden ze uitstekend rekening met de problemen van Gerrit. Dat hebben de gemeente en het taxibedrijf samen goed geregeld. Precies op maat.'

Gerrit van Lanen: 'Ik ben dankbaar tevreden met de hulp en verzorging die ik krijg. Leuk is het nooit. Voorheen deden we het allemaal samen. De kinderen – en zelfs de familie en de buren – hebben meegeholpen. Maar tegenwoordig krijgen we professionele hulp. Iedereen heeft me al in mijn blootje gezien. Ik zou veel liever samen met Betsie onze eigen boontjes doppen, maar dat kan niet meer.'

Gerrit en Betsie vinden dat ze goed kunnen leven, zoals ze het nu hebben. Via het GAK betalen ze de thuiszorg en de dagbehandeling. De persoonlijke zorg wordt door de ziektekostenverzekering betaald. Ze hopen wel dat er niet meer beknibbeld gaat worden. Maar echt ongerust zijn ze daar niet over. De gemeente doet haar werk goed. Een nieuw keukentafelgesprek lijkt voorlopig overbodig.

Toekomst

Gerrit van Lanen: 'We hopen zo lang mogelijk in ons eigen huis te kunnen blijven wonen. Maar als het nodig is – dat wil zeggen als er met ons mam iets aan de hand is, dat ze de dingen niet meer aan kan – en het kan niet anders meer, dan moet er een oplossing komen.'

Betsie van Lanen: 'Maar ik ben hier het gelukkigst. Maar als het nodig is moet ik er zelf ook aan toe geven.'

Gerrit van Lanen: 'Ik heb dan een voorkeur voor de Odiliaflat, want dan zit ik mooi tegen de tuin aan waar ik vroeger gewerkt heb. Dan hoef ik er alleen nog maar naar te kijken. Maar ik zal niet dwingen. Ik heb tegen ons jongens gezegd dat ons mam beslist. Zo lang zij het aan kan, zal ik niet dwingen om weg te gaan.

Natuurlijk ben ik het liefste hier. Maar vorig jaar dacht ik dat het hoog tijd was om te verhuizen. Toen was Betsie zo slecht dat ik me zorgen over haar maakte. Toen dacht ik dat we beter af zouden zijn als we al daar zouden wonen.'

Betsie van Lanen: 'We praten er nu al over. We weten zelfs heel goed in welk appartement we wel of niet willen wonen. Maar als het echt zo ver is, hakken we de knoop door. En daar komen we samen uit. Het gaat ons immers ook allebei aan. Want als ik het niet meer aan kan, zit er niets anders op. Dat is niet goed voor Gerrit. En als we te laat zijn, dan zijn we te laat. Dat realiseer ik me heus wel.'

Gerrit van Lanen: 'Als ik achteruit ga – en dat gebeurt de laatste tijd – wordt het voor ons Betsie zwaarder. En die gaat zelf ook achteruit. Het moment van verhuizen komt sowieso dichterbij.'

Betsie van Lanen: 'Dat zie ik ook wel, maar ik denk er nog maar even niet aan.'

Gerrit van Lanen: 'Als Betsie zou komen te overlijden zal ik hoe dan ook in het verzorgingshuis komen. Dat zal pijn doen, maar ik denk wel dat ik het leven ook dan weer op zal pakken. Die tijd komt er aan. Maar het liefst nog samen met ons Betsie.'

Betsie van Lanen: 'Ik denk dat Gerrit dat beter zal kunnen dan ik. Voor mij is dat nog veel moeilijker. Als Gerrit weg zou vallen, zit ik hier alleen. Maar daar denk ik nog niet zo aan. Hopelijk mogen we nog een tijd lang hier zitten.'

Gerrit van Lanen: 'Dat is ook een beetje het probleem. Voor mij is er altijd plaats in de Odiliaflat. Als we daar nu samen naar toe gaan, zouden we het er allebei – ook als een van ons wegvalt – goed hebben. Maar als ik weg val, waar kan ons mam dan terecht?'

Betsie van Lanen: 'I don’t know. Dat is de toekomst.'

Gerrit van Lanen: 'Maar ik wil wel dat we bij elkaar kunnen blijven. Want als we niet meer bij elkaar kunnen wonen, raken we toch vervreemd van elkaar. En dat is wel het laatste wat we willen.'

Ik (PvE) kon niet nalaten om te zeggen dat ik onder de indruk ben geraakt van de manier waarop Gerrit en Betsie hun leven vieren en er over vertellen.

Gerrit van Lanen: 'Dat is mooi dat jij dat zegt, maar daar gaat het niet over. Het gaat er over dat het leven gewoon zo is. En dat wij zo mogen leven is gewoon zo gekomen.'

Heeft u nog dromen of plannen voor de toekomst?

Betsie van Lanen: 'Dat we elkaar kunnen blijven helpen. Dat we zo kunnen leven dat we het toch samen goed hebben net als nu.'

Zijn er zaken waar jullie je zorgen over maken voor de toekomst?

Betsie van Lanen: 'De toekomst brengt altijd zorgen met zich mee. Het gaat steeds minder met ons tweetjes. Natuurlijk brengt dat zorgen met zich mee. Maar als we weer een oplossing hebben gevonden worden de zorgen weer minder.'

Gerrit van Lanen: 'En als je een goede vader en moeder / opa en oma probeert te zijn, blijf je zorgen houden over de kinderen en de kleinkinderen. Ook al is er helemaal niks aan de hand. Maar dat hebben alle mensen.'

Als er iets was wat u kon veranderen in Nederland met betrekking tot de zorg voor ouderen, wat zou dat dan zijn?

Betsie van Lanen: 'Het belangrijkste is dat de mensen – net als wij – zo veel mogelijk de dingen samen doen. Op de eerste plaats de mensen die met elkaar wonen. Maar dat niet alleen. Mensen kunnen heel veel voor elkaar betekenen. En daar mogen we de mensen die van buiten Nederland hier zijn komen wonen niet bij vergeten. En die mensen dienen zich op hun beurt aan te passen aan onze manier van doen. We moeten het allemaal samen doen. Binnenshuis mag alles, maar buitenshuis moet je jezelf aanpassen aan de wereld zoals hij is.'

Gerrit van Lanen: 'Ik ben niet bang voor de mensen die hier zijn komen wonen. Dat zijn mensen zoals wij. En het zijn niet de minste die hier naar toe komen. Ik denk wel eens hoe het zal gaan als er hier oorlog komt. Dat gaan de mensen die kunnen snel het land uit, en mij rijden ze met een kruiwagen de Noordzee in.

Maar misschien moeten we ze wel anders helpen. Breng het geld op een goede manier naar hen toe. Zorg dat ze niet eerst in een bootje hun leven moeten wagen. Zorg dat ze kunnen leven waar ze wonen. Net zoals wij dat kunnen. We moeten het toch samen doen. Dat geldt voor het binnenland en voor het buitenland.'

Wij hebben het helemaal niet over geld gehad...

Gerrit van Lanen: 'Dat hoeft ook helemaal niet. Als je mensen onder elkaar bent, is geld een ding dat gebruikt moet worden. Maar niet een ding dat alles goed maakt voor de ouderen. Je kunt met geld niet zorgen dat mensen bij elkaar kunnen zijn. Je kunt met geld niet zorgen dat mensen er voor elkaar willen zijn. Mensen worden gelukkig als ze leven met mensen, niet als ze leven met geld. Het geld moet de mensen helpen om de dingen te doen; om er voor elkaar te zijn.'

Interview afgenomen door Pieter van Etten op 9 augustus 2016
Foto: Pieter van Etten