print
interview

Gerrie, bijna 94: 'Ik doe zelf boodschappen, en rij ook nog auto. Ik ben nog behoorlijk zelfstandig. [...] Als ik naar een verpleeghuis moet, dan moet ik me daarbij neerleggen. Ik weet dat mijn kinderen mij niet laten verkommeren.'

Gerrie
Gerrie woont in een seniorenappartement in Brummen
11 oktober 2016

'Ik word vrijdag 94 jaar en heb altijd in de gemeente Brummen gewoond. Ik ben geboren in Cortenoever, in het buitengebied van Brummen, en heb daar ook later gewoond, op een boerderij. Op een gegeven moment kon mijn man het werk op de boerderij niet meer aan en zijn we verhuisd naar het dorp. Daar heb ik heel prettig gewoond. Na het overlijden van mijn man werd alles mij te groot en ben ik na een paar jaar verhuisd naar een seniorenappartement in het centrum. Daar woon ik ook weer fijn.

Ik heb twee kinderen; een zoon die is 66 en een dochter die 60 is. En 5 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen. Zij wonen allemaal in het westen van eht land. Daar zijn ze na hun studie blijven wonen.  Mijn kinderen dachten dat ik wel naar het westen wilde verhuizen, maar dat wil ik niet. Hier heb ik mijn kennissen, mijn nichtjes en neefjes. Ik heb wel via de telefoon veel contact met ze.

Ik ben nog behoorlijk zelfstandig. Ik heb 3½ uur huishoudelijke hulp. Verder niet. Ik vind het wel vervelend dat er steeds een ander komt. Dan moet je steeds opnieuw alles uitleggen. Ik kan mezelf nog wassen en aankleden en kook zelf nog. Het gaat wel eens mis. Zo ben ik wel eens gevallen in de badkamer; ik kon toen niet meer opstaan en mijn alarm lag op de wastafel. Schuivend op mijn billen ben ik in de slaapkamer gekomen en daar kon ik mij aan het bed weer omhoog hijsen. Ik hield er alleen een paar blauwe plekken aan over.

Ik doe ook zelf mijn boodschappen. Met mijn rollator kan ik korte stukjes lopen; ik ga er de boodschappen mee in de Ambachtstraat doen. Dat gaat nog. Ik heb wel eens rugpijn, maar dat heeft iedereen. Ouderdom komt met gebreken. Oud worden is niet zo moeilijk, maar oud zijn dat valt altijd niet mee. Ik zou graag nog willen fietsen. Mijn fiets staat nog in de schuur, maar ja dat gaat niet meer. Daarmee ben ik ook gevallen. Mijn kinderen willen liever niet dat ik nog fiets . En nou doe ik het ook niet meer.

Ik rij ook nog auto. Ik ben blij dat ik de auto nog heb. Ik rij korte stukken, niet naar mijn kinderen in het westen van het land. Dat vind ik te druk en gevaarlijk, maar wel naar bijvoorbeeld Almen aan de andere kant van de IJssel, maar niet met het pontje. Da’s leuk. Eventjes iets anders. Ik voel me nog zeker in de auto.

Ik bezoek een aantal seniorenactiviteiten in Plein 5 aan de overkant van de weg. Ik was blij dat de seniorengymnastiek na de vakantie weer begon. Daar ga ik altijd met plezier naar toe. Verder handwerk ik veel: breien en borduren. Daarbij gebruik ik een loep. Er worden wel meer activiteiten voor ouderen georganiseerd op Plein 5, daar ga ik niet allemaal naartoe. Maar het samen eten zou wel vaker mogen. Daar zou ik wel naartoe gaan.

Na het overlijden van mijn man voel ik mij wel eens eenzaam, vooral ’s avonds. Dan bel ik de kinderen of zij bellen mij. Maar gelukkig ben ik nooit alleen. De lieve Heer is altijd bij mij. Ik heb veel steun aan mijn geloof. Eén keer in de maand is er eten in de kerk. Daar ga ik altijd naar toe. Ik ben nog lid van de kerk, maar ga niet meer naar de kerkdiensten. Ik heb lange tijd niet meer iemand van de kerk gezien. Je moet daarom vragen, maar dat doe ik niet. Ze weten toch waar ik woon. En die mensen zijn jonger en ik ken ze ook allemaal niet meer.

Met mijn gezondheid gaat het wel. Ik heb wel een hele rol medicijnen. Wel acht tabletten per dag. Die neem ik trouw in en zo’n rol is handig. Er staat precies op wanneer ik de medicijnen moet innemen en dat gaat meestal goed. Vroeger moest je zelf de pillen in een doosje doen. Het liefst blijf ik hier altijd wonen. Als het minder met mij gaat, kan ik meer hulp vragen aan Tolzicht, het plaatselijke verzorgingshuis of ik vraag aan mijn voormalige buurvrouw Betty hoe ik dat moet regelen. Als ik naar een verpleeghuis moet, dan moet ik me daarbij neerleggen. Ik weet wel dat mijn kinderen mij niet laten verkommeren.

Het mooiste vind ik de momenten dat al mijn kinderen en kleinkinderen bij mij zijn. Dat gebeurt zaterdag. Dan komen ze allemaal op mijn verjaardag. Daar verheug ik me echt op. Mijn kinderen halen me ook regelmatig op. Dan logeer ik een weekje bij ze. Dat vind ik fijn. Of ze komen een weekendje bij mij. Daar geniet ik van.'

Interview afgenomen op 1 september 2016 door Cathy Sjerps en Cor Flore
Foto: Cor Flore en Cathy Sjerps